Baekspringe Naer… Een analyse van het deelnemersveld

Van onze verslaggever

 

17 juli. Dan is het weer zo ver. De verjaardag van bondskanselier Angela Merkel. Neer maakt zich op voor het vierde Baekspringtoernooi. Hoog tijd om de kansen van de verschillende deelnemers eens onder de loep te nemen.

 

 

Titelverdediger Tom Berben kan, naar het schijnt, al weken de slaap niet vatten. “Het baekspringe in Naer is met niks te vergelijken. Vier á vijfduizend mensen die je naam scanderen. Zoiets heb ik nog nooit ergens mee gemaakt. Niet in Garmisch-Partenkirchen. Niet in Sotsji en ook niet in Sint-Maria Horebeke, nochtans geen kleine wedstrijden.” Het seizoen van Berben kwam dit jaar overigens maar moeilijk op gang. Misschien dat de opnames van “Tom Berben, the movie” hier debet aan zijn geweest. De laatste weken zijn de prestaties weer puik. Zijn jeugdige belagers mogen gewaarschuwd zijn!

 

Ex-winnaar Rob Verkoelen springt al weken goed. Zo goed zelfs dat hij bij de insiders als dé favoriet wordt gezien. Onze Belgische Baekspring-expert Gondulphus de Cauwer twijfelt dan ook geen seconde als het over de kansen van Verkoelen gaat: “Amai, hem springt echt iel, iel, iel sterk. Totte mij, totte mij, totte mij, totte mij mej al a kracht. Doen ut dan, doen ut dan, schon wijveken.” Tot zo ver, Gondulphus.

 

De verrassende nummer twee van vorig jaar, Geert Jeurninck, zal ook weer van de partij zijn. Deze jeugdkampioen laat geen mogelijkheid onbenut om nog beter voor de dag te komen. “Snelheid, dat is nu het belangrijkst in zijn carrière”, zegt zijn coach en kampioenenmaker Andries van de Heurik. “Men denkt vaak dat een topsporter niet meer sneller kan, maar wacht maar als je een dolle hond met het schuim op zijn bek achter je aan hebt rennen. Dan kun je plots wel 5 km per uur rapper.” Zijn trainingsmethodes blijven omstreden, maar de resultaten mogen er zijn, getuige zijn successen in het verleden. Winnen met mannen als Ruud van Sint Fiet, Fredje Wagemans of Dré Vossen, nochtans geen superatleten, van den Heurik presteerde het onmogelijke. Het zou mooi zijn als hij dit huzarenstuk nog eenmaal met zijn nieuwe poulain kan herhalen.

 

Ruud Franssen is een man die men niet nogal eens wil vergeten als het om de winst in Neer gaat. Al jaren schuurt hij tegen de top 3 aan. Zijn trainer, de Rus Oleg Jetski, is ervan overtuigd dat hij dit jaar de sprong naar de absolute top kan maken en zegt hier het volgende over: “До́брое у́тро Прошу́ проще́ния Я бу́ду борщ с больши́м коли́чеством смета́ны”.

 

Tot zo ver de Neerse favorieten. De geruchtenmolen voor wat betreft de andere toppers draait op volle toeren. Zo zou de kampioen van het Afrikaans continent, de blootvoetse springer Willie Mbongo, op doorreis naar Rio, afzakken naar Neer. Een andere naam die regelmatig opduikt is die van “der Lebende Kanonskogel”. Een ex-werknemer van circus Herman Renz, springend met een Russische licentie, die tijdens de eerste editie van het beekspringtoernooi nogal furore maakte en zodoende de harten van de Neerse meisjes op hol wist te doen slaan.

 

Van dat laatste kan de jonge generatie Neerse beekspringers alleen nog maar dromen. We noemen een Lars Janssen, een Johny Kembo, een Kevin Geenen, een Paul Verkoelen, een Jasper Klaessen of een Bert van de Bool. Zomaar enkele jongens die met één gewaagde sprong de hoogste Neerse heldenstatus bereiken en toetreden tot de legendarische Hall of Fame van het Neerse Baekspringtoernooi. We gaan het zien op 17 juli in Neer.

 

Choose life, choose Baekspringe!

De volgende week in deze rubriek: het touwtrekken!

 

Ps 1. Wie is genegen om Eddy Wally zondagmiddag in Poederlee (bij de eierveiling) op te pikken?

 

Ps 2. Welke sponsor kan nog even € 8.006,14 ophoesten, zodat we ook het laatste gaatje in de begroting dicht kunnen timmeren?